epstemicide

Er zijn weinig mensen die niet weten wat genocide is. Daarentegen is er nauwelijks iemand die ooit van gnoseocide of epistemicide heeft gehoord. En toch is epistemicide – cultuurmoord – het kenmerk van imperialisme, kolonialisme en ‘colonialidad’.

Colonialidad verwijst naar de culturele logica, het culturele DNA dat de kolonisator in de oorspronkelijke bevolking ‘insemineerde’. Een vervreemding van het eigen cultuurgoed waarvan – volgens de Latijns-Amerikaanse bevrijdingsfilosofen – de Latinos nog altijd niet zijn bevrijd. Nog altijd werkt het Westerse discours hegemonisch door in opvattingen over doen en laten en zijn de oorspronkelijke bewoners nog steeds ontheemd op zoek naar eigenwaarde in een wereld die op hen neerziet.

In het kielzog van Columbus trokken aan het begin van de zestiende eeuw de Spanjaarden en de Portugezen vanuit het gekerstend Europa naar Zuid-Amerika om met het kruis in de ene en het wapen in de andere hand, kennis en kunde van de ‘indígenas’ uit hoofd en hart te bannen. De Caliban – een verbastering van kannibaal, zoals Shakespeare hem karakteriseerde in The Tempest – kreeg te maken met dressuur van de bezetter. De ‘indígenas’ moesten worden geciviliseerd naar opvattingen van vreemde heersers, vielen ten prooi aan achterstelling en werden geconfronteerd met een vernietiging van cultuur en taal door het opleggen van wat wezensvreemd was.

Datzelfde gebeurde in nagenoeg alle overzeese gebiedsdelen die het oude Europa – de landen om de oude wereldzee – zich eigen maakten.

In Noord-Amerika verliep dat proces analoog maar baarde het uit de schoot van de Angelsaksische logica in de Twintigste Eeuw het neoliberalisme dat de neoliberale persoonlijkheid – zoals Samir Gandesha* die beschreef – tot wasdom bracht.

Heden ten dage zet China zich in om op hegemonische manier – de zegening van de Chinese cultuur op wereldschaal – een nieuwe persoonlijkheidsstructuur te vormen: de nieuwe mens, zoals Xi Jinping die noemt. Alle elektronische middelen worden uit de laboratoriumkast gehaald om door middel van cybertechnologie mensen te vigileren en te sturen. Vigileren rijmt op leren en programmeren. Een leren dat is gebaseerd op een registreren dat leidt tot een en dezelfde gedragsmodaliteit. En programmeren – maar nu op basis van algoritmes – is een al eeuwenlang gekoesterde wensdroom van heersers in kerk en staat: houd jij ze maar dom, dan houd ik ze arm.

Laat hopen dat de nieuwe mens zich bij zijn vorming laat leiden door het parool dat aan Willem de Zwijger – de man die in opstand kwam tegen de koning die hij altijd had geëerd – wordt toegeschreven: je hoeft niet te hopen om een revolutie in gang te zetten en niet niet te slagen om te volharden.